De oostenwind verspreidt verhoogde concentraties ruthenium-106 over Europa. Het zou wijzen op een nucleair ongeluk in het zuiden van de Oeral.

In 1986 waren het Europese wetenschappers die als eerste meldden dat er zich een enorme kernramp had voltrokken bij Tsjernobyl. Dertig jaar later lijkt het alsof er niets veranderd is: de eerste waarschuwingen over een radioactieve wolk uit Rusland kwamen vanuit Europa.

Begin oktober meldde het Franse Instituut voor Radiologische Bescherming en Nucleaire Veiligheid (IRSN) voor het eerst dat het concentraties had gemeten van ruthenium-106, een door mensen gestuurde kernreactie.

De Fransen waren niet de enige: in verschillende Europese landen werd vanaf half september ruthenium-106 gemeten. De radioactieve deeltjes waren met een oostelijke wind aangevoerd vanuit Rusland. Vanaf medio oktober was de radioactieve ‘wolk’ verdwenen.

Op 9 november meldde het IRSN op basis van computermodellen dat de bron van de besmetting moest worden gezocht in het zuiden van de Oeral. De concentraties die boven West-Europa werden gemeten leverden geen gevaar op voor de volksgezondheid, maar in Rusland zou dat anders liggen. Volgens het IRSN zou in Frankrijk bij een dergelijk radioactief lek een veiligheidszone van ‘enkele kilometers’ moeten worden ingesteld.

Net als in 1986 was de eerste Russische reactie: ontkennen. Staatsbedrijf Rosatom, monopolist op de Russische nucleaire markt, liet weten dat in eigen metingen in de periode van 25 september tot 5 oktober „geen sporen van ruthenium-106 zijn gevonden”. De burgerbescherming van de regio Sverdlovsk liet weten dat er geen ‘radioactieve wolk’ boven de zuidelijke Oeral was waargenomen.

Maar die wolk was er wel degelijk. Deze maandag maakte het Russische meteorologische instituut Rosgidromet bekend hoge concentraties ruthenium-106 te hebben gemeten. De hoogste doses werden gevonden in het zuidelijke deel van het Oeral-gebergte, door het meetstation bij het plaatsje Argajasj. „Extreem grote vervuiling”, staat er in de tabel van Rosgidromet. De gemeten doses was 986 keer hoger dan normaal.

Argajasj ligt op zo’n dertig kilometer van Majak, een van de grootste nucleaire complexen van Rusland. Ten tijde van de Sovjet-Unie werd hier de splijtstof gemaakt voor kernwapens. In 1957 vond hier een enorme kernramp plaats, die alleen overtroffen zou worden door Tsjernobyl. Nadat een pijp in een koelsysteem was gesprongen ontstond er een enorme (niet-nucleaire) explosie, waarbij tienduizenden tonnen radioactief materiaal in de atmosfeer werden geslingerd.

Dit keer is er waarschijnlijk geen sprake van een ongeluk in een reactor: dan zouden er ook ándere radio-actieve deeltjes zijn gemeten. De concentratie ruthenium-106 was bovendien duizend tot tienduizend keer lager dan wat er na Tsjernobyl en Fukushima gemeten werd.

Geen meltdown in een reactor dus, maar wat dan wel? Het is mogelijk dat het lek afkomstig is van een faciliteit die radioactieve isotopen produceert voor medische doeleinden. Ruthenium-106 wordt gebruikt bij de behandeling van tumoren in het oog, schrijft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Het wordt voor dat doeleinde onder andere geproduceerd door het Russische bedrijf Joint Stock Company Isotope (JSC Isotope).

Het nucleaire complex Majak (onderdeel van Rosatom) liet vandaag in een persbericht weten „niet de bron te zijn van het lek.” Rosatom zelf liet weten dat alle reactors werken zoals altijd.

Bron: www.nrc.nl d.d. 22-11-2017

Eerste reactie Rusland na kernlek: ontkennen